Een nieuwe reis begint
Ik begon mijn reis op een dag waarop alles te luid voelde. De stad drukte op mijn borst, dus liep ik weg, zonder plan, alleen met het verlangen om te begrijpen wie ik was zonder rollen en verwachtingen. Mijn voeten brachten me naar een oud pad langs een rivier die traag maar vastberaden stroomde. Een oude vrouw zat op een steen en zei niets, maar haar blik leek dwars door me heen te kijken. Ik groette haar; ze glimlachte alsof ze me al kende.
Verderop verloor het pad zich in een bos. Daar leerde ik luisteren. Niet naar woorden, maar naar het kraken van takken, mijn adem, mijn hartslag. Elke stap haalde herinneringen omhoog die ik lang had vermeden. Spijt, woede, schaamte. Ik wilde omkeren, maar het bos leek te fluisteren dat ontwijken ook een keuze is.
Na dagen lopen bereikte ik een woestijn. De leegte was confronterend. Geen afleiding, geen schaduw. Ik moest alles dragen wat ik was. Toen mijn water opraakte, ging ik zitten en gaf me over. Precies daar, in die stilte, kwam rust. Ik besefte dat ik niet kapot was, alleen moe van vechten.
Op een berg vond ik uiteindelijk een klooster zonder muren. Mensen zaten in stilte, ieder met hun eigen verhaal. Niemand vroeg waar ik vandaan kwam. Voor het eerst voelde ik geen noodzaak om mezelf uit te leggen. Ik bleef, ademde, en leerde aanwezig te zijn.
Toen ik terugkeerde naar de stad, was niets uiterlijk veranderd. Maar ik zag nu ruimte tussen gedachten, zachtheid in anderen, en richting in mijn stappen. De reis had me niets nieuws gegeven. Ze had me herinnerd aan wat ik altijd al was.

